Judo Herne

Spreekt Judo je wel aan en wil je er graag meer over weten ? Verder op deze pagina vind je alvast meer informatie over Judo en de oorsprong er van. Maar blijf niet achter je scherm zitten en kom eens een kijkje nemen tijdens één van onze trainingen. Je kan vrijblijvend en gratis 4 initiatielessen volgen. Sportieve kledij volstaat om eens te komen proeven van de sfeer en het Judo zelf.
Judoclub Herne is officieel aangesloten bij de Vlaamse Judo Federatie (V.J.F.) en de Belgische Judo Bond (B.J.B.) onder het clubnummer 2086. 

Judo

 

Judo is een van oorsprong Japanse zelfverdedigingskunst, die rond 1882 werd ontworpen door Jigoro Kano. Het woord betekent ‘zachte weg’, waarbij het woordje do (weg) verwant is aan tao en naast de betekenis ‘manier’ ook de connotatie heeft van ‘levenspad’. Een beoefenaar van het judo heet een judoka. 

Judo is een sport die wereldwijd beoefend wordt en tevens een Olympische sport is. 
Bij het bedenken van judo werd geput uit de rijke Japanse traditie aan vechtkunsten. Combinaties van klemmen en worpen werden echter uit het repertoire weggelaten: die kunnen gevaarlijk zijn, als de partner de techniek van het “mee rollen” onvoldoende beheerst (in bijvoorbeeld het tai-jutsu spelen juist die technieken een belangrijke rol). Jigoro Kano had bij het ontwerpen van de sport, die ontleend is aan oudere verdedigingskunsten als jiujitsu, ook nadrukkelijk een training van de geest voor ogen. Zijn filosofie wordt gekenmerkt door twee begrippen: 
– Seiryoku Zenyo (Maximale effectiviteit met minimale inzet): wat een persoon doet, moet met optimale inzet van geestelijke en lichamelijke energie gebeuren. In het judo leert men de kracht van de tegenstander te gebruiken om hem ten val te brengen. In het leven is dit het principe van de juiste dingen doen op het juiste moment. – Jita Kyoei (Wederzijds profijt en welbevinden): de deelnemers dienen respect te hebben voor zichzelf en voor anderen. Bij het beoefenen van het judo leren ze samen te werken om zich de vaardigheden eigen te maken. Zonder tegenstander om mee te judoën kan men de sport immers niet leren; men werpt zelf en wordt op zijn beurt geworpen. Deze opvatting van samenwerkend leren is ook in andere gebieden van het leven geldig.

Oorspronkelijk was het de bedoeling dat bij de beoefening kracht geen enkele rol zou spelen: door een juiste toepassing van de geleerde technieken zou een klein en zwak persoon zich op tamelijk elegante wijze tegen een grote en sterke aanvaller moeten kunnen verdedigen. Toen het echter ook een wedstrijdsport werd, vervaagde dit uitgangspunt. Immers, zodra beide tegenstanders dezelfde technieken en mogelijke reacties daarop (de overnametechnieken) in gelijke mate beheersen, gaan ook andere factoren zoals kracht toch weer een rol spelen.